Low-outgassing oplossingen voor lucht- en ruimtevaart
In de lucht- en ruimtevaart is het van essentieel belang om materialen te gebruiken die minimale outgassing vertonen, aangezien vluchtige stoffen de prestaties van gevoelige componenten kunnen beïnvloeden. Mavom biedt een breed scala aan low-outgassing materialen die voldoen aan strenge NASA- en ESA-normen, van afdichtingen tot structurele lijmen. Onze producten zorgen voor betrouwbare prestaties, zelfs in de extreme omstandigheden van de ruimte.

Low-outgassing oplossingen voor ruimtevaart en luchtvaart
Gevolgen van outgassing voor gevoelige componenten
De moleculen die tijdens outgassing vrijkomen, verspreiden zich in het vacuüm en slaan vaak neer op koudere oppervlakken. Vooral gevoelige componenten zoals optische lenzen, spiegels, sensoren, zonnepanelen en thermische coatings zijn hier uiterst kwetsbaar voor. Zelfs een microscopisch dunne laag vervuiling kan al leiden tot verminderde lichttransmissie, foutieve metingen of een lagere energieopbrengst. In ruimtevaartmissies, waar onderhoud of reparatie niet mogelijk is, kan dergelijke contaminatie het verschil betekenen tussen een succesvolle missie en vroegtijdig falen.
Strenge normen en testmethoden
Hoe wordt outgassing gemeten?
ASTM E595 (Standard Test Method for Total Mass Loss and Collected Volatile Condensable Materials from Outgassing in a Vacuum Environment) is de internationale referentie voor het meten van uitgassing onder ruimte-achtige omstandigheden. De test bepaalt hoeveel vluchtige stoffen een materiaal afgeeft wanneer het wordt blootgesteld aan verhoogde temperatuur en hoog vacuüm.Tijdens de test worden drie kernwaarden vastgesteld.
- Total Mass Loss (TML): geeft aan hoeveel massa het materiaal in totaal verliest door verdamping en ontgassing.
- Collected Volatile Condensable Materials (CVCM): meet welk deel van deze stoffen daadwerkelijk condenseert op een koud oppervlak — en vormt daarmee de meest kritische parameter, omdat juist deze condensaten gevoelige oppervlakken kunnen vervuilen.
- Water Vapor Regained (WVR): word bepaald, waarmee wordt gemeten hoeveel water het materiaal na de test opnieuw opneemt.
Het testproces volgt een strikt protocol. Het monster wordt eerst geconditioneerd. Vervolgens wordt het in een vacuümkamer geplaatst en gedurende 24 uur verhit tot 125 °C. Boven het monster bevindt zich een gekoelde collectorplaat waarop de vluchtige stoffen condenseren. Na afloop worden het monster en de collectorplaat opnieuw gewogen om de TML- en CVCM-waarden te berekenen.
Voor ruimtevaarttoepassingen gelden vaste acceptatiegrenzen: TML ≤ 1,0% en CVCM ≤ 0,10%. Materialen die binnen deze limieten blijven, worden geclassificeerd als low-outgassing en zijn geschikt voor toepassingen waarbij zelfs minimale contaminatie onaanvaardbaar is.















